Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Onder 1.3.1 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859.
De Hoge Raad heeft daarbij onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II, 2008/09, 32 045, nr. 3, pag. 27) aandacht besteed aan hetgeen bij de totstandkoming van het wetsartikel is overwogen met betrekking tot de uitleg van het begrip “het ernstige vermoeden”, te weten dat niet reeds bij de vordering tot herziening op voorhand zekerheid bestaat dat de rechter tot een andere beslissing zou zijn gekomen. De Hoge Raad heeft aanvullend daarop overwogen (in rechtsoverweging 5.10): ‘ Het is derhalve aan de rechter naar wie de zaak wordt verwezen de zaak opnieuw te onderzoeken en vervolgens hetzij de veroordeling te handhaven, hetzij alsnog vrij te spreken’ .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777, en de alinea staat in dat document op bytes 16517 tot 17251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777 | shasum -a 256