Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 1.3.4 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859.

Ingevolge het op 1 oktober 2012 in werking getreden artikel 457 van het Wetboek van Strafvordering is het criterium voor herziening – voor zover in de onderhavige zaak van belang – dat sprake is van een zodanig nieuw gegeven (het novum) dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven destijds bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak hetzij tot vrijspraak van de verdachte, hetzij tot ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, hetzij tot toepassing van een minder zware strafbepaling zou hebben geleid. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot vorenbedoelde wetswijziging houdt dienaangaande in: ‘ Voldoende is dat het “ernstige vermoeden” rijst dat de rechter tot een andere beslissing zou zijn gekomen. Zekerheid hoeft daarover dus geenszins te bestaan.’ (Kamerstukken II 2008/09, 32 045, nr. 3, pag. 27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777, en de alinea staat in dat document op bytes 22508 tot 23480.