Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 1.3.4 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859.

Het hof heeft zich de vraag gesteld of de onderhavige verwijzing al dan niet geclausuleerd dient te worden gelezen. Immers, waar in rechtsoverweging 5.10 van het arrest van de Hoge Raad, inhoudende dat het aan de rechter naar wie de zaak wordt verwezen is ‘de zaak opnieuw te onderzoeken en vervolgens hetzij de veroordeling te handhaven, hetzij alsnog vrij te spreken’ enkel artikel 472, tweede lid, sub b, van het Wetboek van Strafvordering (vrijspraak) is benoemd, luidt het dictum van het verwijzende arrest van de Hoge Raad – voor zover hier van belang – dat de zaak op de voet van artikel 472, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering zal worden behandeld en afgedaan. Ingevolge dit tweede lid van voormeld artikel is de onderzoeksopdracht aan het hof niet slechts beperkt tot de mogelijkheid van vrijspraak, doch dient het hof te onderzoeken of de onherroepelijke uitspraak hetzij dient te worden gehandhaafd, hetzij met vernietiging daarvan a) het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, b) de verdachte vrij te spreken, c) als niet-strafbaar te ontslaan van alle rechtsvervolging, of d) de verdachte opnieuw te veroordelen met toepassing van de minder zware strafbepaling of met oplegging van een lagere straf. Het dictum van het arrest betreft aldus, in tegenstelling tot het vermelde in rechtsoverweging 5.10, een ongeclausuleerde verwijzing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95c0ca3e38889a4e46e4e47cb4c5cb9030790720069f42c82f424450af8d1777, en de alinea staat in dat document op bytes 23553 tot 24981.