Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 3.1 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.

Het onderzoek in de procedure in herziening levert naar het oordeel van het hof voor wat betreft het door [verdachte 5] gestelde bekennend verklaren onder druk, in de verklaring van de getuige [getuige C] tegenover de raadsheer-commissaris een aanwijzing voor de onaannemelijkheid van die stelling. Tijdens haar detentie doet [verdachte 5] namelijk in een brief aan haar voormalige lerares [getuige C] mededeling van ‘een situatie waarin zij was beland’. De brief is naar het hof aanneemt, niet ingegeven door enige druk van wie dan ook. [getuige C] is gehoord als getuige. Zij verklaart hoe [verdachte 5] in correspondentie met haar heeft aangegeven dat en op welke wijze zij in de onderhavige zaak betrokken is geweest. Meer in het bijzonder heeft [getuige C] daarover het volgende verklaard: ‘[verdachte 5] heeft mij geschreven dat zij in een situatie was gekomen. Ze had niet voorzien wat er zou gebeuren, ze was er ingerold, zo schreef zij mij. […] [verdachte 5] werkte in die tijd in een frituurzaak naast een Chinese winkel. Een aantal jongelui kwam daar regelmatig en die groep heeft contact met [verdachte 5] opgenomen en haar vervolgens als het ware misbruikt, omdat zij contact had met de Chinees. Dat groepje wilde de Chinese zaak overvallen, geld halen. […] Het hele verhaal was dat [verdachte 5] zogenaamd die mevrouw wakker moest maken, met het verhaal dat er ingebroken was in het restaurant. [verdachte 5] heeft dat gedaan, ze wilden het geld hebben maar er was geen geld. Die jonge jongens wilden sieraden, maar dat wilde die mevrouw niet afgeven. Ze hebben daarop die mevrouw bijna verrot geschopt en geslagen. […] Die mevrouw is even later doodgegaan. Hoe het verder is gegaan, weet ik niet meer. Dat heeft [verdachte 5] me niet verteld.’ Wanneer [verdachte 5] daarnaar wordt gevraagd, heeft zij aan die briefwisseling een andere herinnering, namelijk dat die zag op haar zwangerschap en haar detentie: ‘U houdt mij voor dat mijn oud-docente, mevrouw [getuige C], tegenover de raadsheer-commissaris als getuige heeft verklaard dat ik haar een brief had geschreven. […] Eind vorig jaar heb ik de brieven gezien bij mijn advocaat. Ik heb met mijn eigen ogen gezien dat het mijn handschrift is, want anders had ik nooit geweten dat ik haar had geschreven. U houdt mij voor dat ik haar blijkens haar verklaring heb geschreven dat ik in een situatie was beland. Dat zegt zij. In mijn brieven heb ik eigenlijk alleen gelezen dat ik over mijn zwangerschap heb geschreven en over het feit dat ik het moeilijk had met mijn veroordeling.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 84473 tot 87183.