Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 3.2 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.

Uit het diepte-interview van [verdachte 6] concludeert [deskundige 4] dat [verdachte 6] mogelijk een verhaal heeft geïnternaliseerd en dat dan op basis van hetgeen verbalisanten haar aanreikten, waardoor een pseudoherinnering, zoals [verdachte 6] desgevraagd in het interview heeft aangegeven, kan zijn ontwikkeld, eventueel ook in de vorm van een droom. Een dergelijke droom kan dan de aanleiding tot een bekentenis zijn. Ter terechtzitting van dit hof verklaart [verdachte 6] daarover dat zij niet weet wat een pseudoherinnering is maar dat zij wel over een droom heeft verteld aan [deskundige 4]. [deskundige 3] heeft ten kantore van mr. Loevendie op 16 juni 2014 bij [verdachte 6] de beide Gudjonsson tests afgenomen, en een Social Interactions Anxiety Scale (SIAS). Zijn conclusie luidt dat [verdachte 6] een gemiddelde tot bovengemiddelde kans loopt op het afleggen van een valse bekentenis, zowel vanwege “compliance” en angst als vanwege suggestibiliteit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 124409 tot 125646.