Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 3.4 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.

Op grond van het voorgaande en dat in onderlinge samenhang bezien met de verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van dit hof d.d. 18 maart 2015, waarin deze op de vraag waarom hij destijds pas in een laat stadium van de procedure concreet heeft verklaard over zijn alibi aangeeft dat hij daar geen verklaring voor heeft, is het naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat [verdachte 1] voor de nacht van 3 op 4 juli 1993 een alibi had zoals aangevoerd. Het verweer wordt verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 142800 tot 143381.