Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.

Bovendien vinden voornoemde verklaringen van de vrouwelijke verdachten steun in die verklaringen van getuigen, die in 1994 zijn afgelegd in een periode waarin de verdachten in hechtenis zaten. Zo verklaart de getuige [getuige G] dat er een telefonische bedreiging van zijn vader is gedaan door ‘een zekere [voornaam verdachte 3]’ en plaatst hij die bedreiging in de week van 27 juni tot en met 4 juli 1993. De getuige [getuige H], die in juni 1993 een kamer aan de Teteringsedijk 92 te Breda had gehuurd, welke kamer hij direct aan zijn broer [getuige J] onderverhuurde, verklaart dat hij gemiddeld twee keer daar kwam om de post op te halen en dat daar regelmatig Marokkanen op bezoek kwamen. Zij waren daar ‘kind aan huis’ volgens deze getuige, en één van die Marokkanen werd “[verdachte 1]” genoemd. De getuige [getuige J] verklaart dat [verdachte 4], [getuige A] en [getuige B] [het hof begrijpt: [verdachte 4], [getuige A] en [getuige B]] “veelvuldig” bezoek kregen van een groep Marokkaanse jongens, van wie er één “[verdachte 1]” werd genoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 167083 tot 168362.