Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Alinea 397 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad leidt het hof af dat ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en kwalificatie moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan (HR 27 oktober 1987, NJ 1988, 492). Voorwaarde is dan wel dat het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel gericht was, voldoende verband houdt met het gronddelict. Doorgaans kan, wederom volgens de Hoge Raad, een dergelijk verband worden aangenomen als het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige was gericht, een onderdeel vormt van het gronddelict (HR 22 maart 2011, NJ 2011, 342, ECLI:NL:HR:2011:BO4471).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 213295 tot 214082.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5 | shasum -a 256