Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Onder 1.3.5 Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860.
De aard van het novum als de grond voor herziening in deze zaken betreft een feitelijke omstandigheid, namelijk de omstandigheid dat twee getuigen verklaringen hebben afgelegd, die – kort en zakelijk weergegeven – inhouden dat zij vanuit het bushokje waar zij zich bevonden, zicht hadden op de plaats-delict en in de betreffende nacht van 3 op 4 juli 1993 niets bijzonders hadden gezien. Deze verklaringen van de zogenoemde “bushokjesgetuigen” [“bushokjesgetuige 1”]en [“bushokjesgetuige 2”] werden in 1993 opgenomen tijdens een zogenaamd buurtonderzoek dat deel uitmaakte van het eerste opsporingsonderzoek ([naam opsporingsonderzoek 1]), en behoorden tot stukken die – zoals blijkt uit het rapport van het evaluatieteam CEAS – wel te vinden waren in het bij de politie behouden dossier (het “politiedossier”) doch die niet door de politie aan het openbaar ministerie waren gezonden (het “justitiedossier”) en mitsdien ook niet aan de rechtbank en het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch waren voorgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5, en de alinea staat in dat document op bytes 29076 tot 30157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/307ea99316cb0f11d5ffc84e28c238593114816c7c5dadff1beea797d0637ff5 | shasum -a 256