Citaat | Gerechtshof Den Haag 20 januari 2015

Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 20 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 20 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:32.

19. Wat betreft de in rov. 12 onder iv. genoemde grond geldt het volgende. Richtlijn 93/13/EEG is niet rechtstreeks van toepassing, maar het hof dient op grond van art. 6:233 – desnoods ambtshalve – te onderzoeken of een beding uit het oogpunt van de in de Richtlijn gegeven criteria oneerlijk is. Voorshands kan ervan worden uitgegaan dat artikel 2 van de leaseovereenkomst een beding in de overeenkomst is waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Het beding is oneerlijk als het het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Het hof is van oordeel dat daarvan sprake is als het beding tot doel of gevolg heeft de consument die de overeenkomst opzegt een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen (vgl. het in de bijlage bij de Richtlijn onder e genoemde geval).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1441b1f4d5b94f7156fa34230e84875bcbbee0de8af49bcaeb6408c045aea61c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1441b1f4d5b94f7156fa34230e84875bcbbee0de8af49bcaeb6408c045aea61c, en de alinea staat in dat document op bytes 23672 tot 24551.