Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 november 2015
Alinea 61 Gerechtshof Den Haag 18 november 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3262.
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op gronden als vermeld in de overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, nu –kort gezegd- niet kan worden bewezen dat de verdachte enige handelingen heeft verricht ter zake van de invoer van de cocaïne en in relatie tot de tassen en de inhoud daarvan of dat hij enige voorbereidings- of uitvoerings-handelingen heeft verricht ten aanzien van het ten laste gelegde, dan wel dat hij enige wetenschap heeft gehad van de cocaïne die zich in die tassen uit de container bevond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/377c8fc729f2e22dfc6ae4c86e2d19abb825b03e065fa2ebb2ae926e386b99cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 377c8fc729f2e22dfc6ae4c86e2d19abb825b03e065fa2ebb2ae926e386b99cd, en de alinea staat in dat document op bytes 17110 tot 17740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/377c8fc729f2e22dfc6ae4c86e2d19abb825b03e065fa2ebb2ae926e386b99cd | shasum -a 256