Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2015

Onder 1 Gerechtshof Den Haag 15 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3401.

28. Met grief 6 stellen de Alternatieve c.s. aan de orde of [geïntimeerde] c.s. in dit geding nog volledige vergoeding van de proceskosten kunnen vorderen. Zij stellen dat dit niet het geval is omdat het hof Amsterdam reeds onherroepelijk over de proceskosten heeft beslist. Bij beoordeling van die grief, die slechts relevant is voor de positie van de Alternatieve en niet voor die van [appellant sub 2], die immers geen partij was bij die procedure, stelt het hof het volgende voorop. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt is gehouden de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden. De wetgever heeft op dit uitgangspunt een uitzondering gemaakt in de artikelen 6:96 lid 3 BW en 241 Rv ten aanzien van verrichtingen waarvoor de in de art. 237-240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak. In zoverre kan de wederpartij geen schadevergoeding vorderen op de voet van art. 6:96 lid 2 BW, maar zijn de regels betreffende proceskosten exclusief van toepassing (vgl. HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b938ee946777715682f90168808367532c0673347f9b2805401e56d04c63f0c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b938ee946777715682f90168808367532c0673347f9b2805401e56d04c63f0c6, en de alinea staat in dat document op bytes 44375 tot 45505.