Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015
Onder 3.3 Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:343.
Zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen diende [appellante] voor het sluiten van de overeenkomst met London aan London alle informatie te verstrekken die zij kende of moest kennen en waarvan zij wist of moest weten dat deze informatie voor London van belang was bij de vraag of zij [appellante] wilde verzekeren (artikel 7:928 lid 1 BW). Uit het vijfde lid van artikel 7:928 BW volgt dat [appellante] feiten over een strafrechtelijk verleden van haar of van de derde van wie de belangen bij het aangaan van de verzekering ook zouden worden gedekt, alleen hoefde te beantwoorden na een uitdrukkelijk in die richting, in niet voor misverstand vatbare termen, gestelde vraag (artikel 7:928 lid 5 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0941e2b29fe619963a36573ec9d12859183b49f9daa80f1511b6fb782d36f86b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0941e2b29fe619963a36573ec9d12859183b49f9daa80f1511b6fb782d36f86b, en de alinea staat in dat document op bytes 12955 tot 13672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0941e2b29fe619963a36573ec9d12859183b49f9daa80f1511b6fb782d36f86b | shasum -a 256