Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015

Onder 3.7 Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:343.

Met de in het aanvraagformulier opgenomen vragen naar het strafrechtelijk en verzekeringsrechtelijk verleden van de aspirant verzekeringnemer en andere belanghebbenden bij de verzekering, heeft London tot uiting gebracht dat zij deze gegevens van belang acht voor de beoordeling van het risico. Uit de als productie 8 bij conclusie van antwoord overgelegde acceptatie richtlijnen van Allianz Groep volgt dat een risico in beginsel niet wordt geaccepteerd, indien sprake is van een strafrechtelijk of negatief verzekeringsrechtelijk verleden. [appellante] heeft niets gesteld waaruit kan worden afgeleid dat een redelijk handelend verzekeraar ondanks dit verleden van haar echtgenoot de verzekering – al dan niet tegen een hogere premie of op andere voorwaarden – wel zou zijn aangegaan. Aangezien dit onder de gegeven omstandigheden wel op haar weg had gelegen, betekent dit dat ook haar tweede grief faalt. Het beroep van London op artikel 7:930 lid 4 BW slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0941e2b29fe619963a36573ec9d12859183b49f9daa80f1511b6fb782d36f86b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0941e2b29fe619963a36573ec9d12859183b49f9daa80f1511b6fb782d36f86b, en de alinea staat in dat document op bytes 17327 tot 18307.