Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015
Onder 5.2 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586.
Deze verweren zijn door Shell aangevoerd, zowel in het kader van de thans (in fase 1) ter beoordeling voorliggende vordering ex art. 843a Rv (respectievelijk het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank op die vordering) als in de hoofdzaak, waarover in fase 2 zal worden geoordeeld. Al deze verweren strekken er toe te betogen dat de vorderingen van Eric Dooh tot schadevergoeding etc. niet toewijsbaar zijn en dat daarom de vordering ex art. 843a Rv evenmin toewijsbaar is. Het is echter niet aan de rechter die over een vordering ex art. 843a Rv beslist om ten gronde en definitief te oordelen over (elementen van) de hoofdvordering. Voor nu volstaat dat Eric Dooh voldoende aannemelijk maakt dat hij in een zodanige relatie tot de vervuilde visvijvers en gronden staat dat hij uit dien hoofde gelegitimeerd is om de mogelijk voor de vervuiling aansprakelijke partij aan te spreken. De hiervoor onder 5.1 genoemde verweren worden tegen die achtergrond beoordeeld. Als eerste wordt het verweer 5.1 (c) besproken, omdat dat de verste strekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c, en de alinea staat in dat document op bytes 61094 tot 62202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c | shasum -a 256