Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015
Onder 5.4 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586.
Shell betoogt evenwel dat uit de uitspraak van 6 december 2013 van het Federal High Court of Nigeria blijkt dat het vorderingsrecht van de vader van Eric Dooh tegen SPDC door diens overlijden teniet is gegaan en dat Eric Dooh om die reden niet (in appel) als rechtsopvolger kan optreden. Dit standpunt is voor het eerst naar voren gebracht tijdens de pleidooien in fase 1. Tot dan toe had Shell zich beperkt tot het argument dat Eric Dooh niet bevoegd is als rechtsopvolger van zijn overleden vader de door die vader ingestelde vordering te vervolgen. Shell had niet eerder als verweer aangevoerd dat de vordering van Eric Doohs vader met diens overlijden was tenietgegaan (hoewel de eerst twee weken voor de pleidooien in het geding gebrachte uitspraak van het Federal High Court bij SPDC als partij in die zaak al veel langer bekend zal zijn geweest). De uitspraak van 6 december 2013 gaat evenwel uitsluitend over de vraag of Eric Dooh zijn vader in de bij het Federal High Court aanhangige procedure mocht opvolgen. Die vraag is ontkennend beantwoord. Weliswaar kunnen de overwegingen van het Federal High Court zo worden gelezen dat daarin is beslist dat het vorderingsrecht van de vader van Eric Dooh met diens overlijden teniet is gegaan, maar helemaal helder is dit niet. Om hierover met zekerheid een oordeel te kunnen geven is nadere voorlichting over het Nigeriaanse recht nodig, die er nu niet is; Milieudefensie c.s. heeft daarvoor, door het late tijdstip waarop Shell zich op de Nigeriaanse uitspraak heeft beroepen, ook onvoldoende gelegenheid gehad. Daar komt bij dat het in de bedoelde procedure voor het Federal High Court blijkens die uitspraak alleen om de betaling van een vast bedrag aan schadevergoeding ging. Onduidelijk is in hoeverre de uitspraak van de Nigeriaanse rechter ook van toepassing is op een zaak als de onderhavige, waarin naast vergoeding van reeds geleden schade óók een veroordeling wordt gevraagd tot vergoeding van schade die nog zal ontstaan (hetgeen dus ook kan betekenen: ontstaan na het overlijden van de vader van Eric Dooh) en waarin tevens andere vorderingen aan de orde zijn, zoals het bevel de aanwezige vervuiling op te ruimen en verdere vervuiling te voorkomen. Gezien het late tijdstip waarop Shell een en ander naar voren heeft gebracht bestaat thans, dat wil zeggen in fase 1, geen aanleiding om hier in het kader van de vorderingen ex art. 843a Rv nader onderzoek naar te doen, bijvoorbeeld door het inwinnen van een deskundigenbericht over Nigeriaans recht. Zo nodig zal dit punt onderwerp van (verder) debat kunnen vormen in fase 2. De conclusie is dat dit argument van Shell geen reden vormt om de vordering ex art. 843a Rv af te wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c, en de alinea staat in dat document op bytes 63941 tot 66689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c | shasum -a 256