Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Onder 6.5 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586.

De rechtbank heeft de hier bedoelde vraag naar de gehoudenheid om sabotage te voorkomen ten aanzien van de moedervennootschap impliciet en ten aanzien van SPDC expliciet ontkennend beantwoord. De juistheid van die (nog) niet door grieven bestreden overwegingen ligt thans niet ter beoordeling voor; in een later stadium mogelijk wel, indien althans dient te worden uitgegaan van sabotage als schadeoorzaak. Daarbij kan dan mogelijk van belang zijn hoe vaak zich al eerder een dergelijke sabotage aan deze en eventueel andere ondergrondse pijpleidingen in Ogoniland had voorgedaan. Daarover kunnen partijen zich dan nog nader uitlaten, Shell aan de hand van onderliggende bescheiden (bijvoorbeeld de door Milieudefensie c.s. onder de letter d bedoelde Significant Incidents / High Potential Incidents ). Voor nu bestaat onvoldoende aanleiding voor een bevel tot het verstrekken van (andere) bescheiden als door Milieudefensie c.s. in dit verband bedoeld, waaronder: j de surveillancecontracten; k helikopterlogs en de bescheiden aangeduid met de letters l , m en n , nog afgezien van het feit dat Shell aanvoert die stukken niet (meer) te hebben (de onder o bedoelde formulieren zijn door Shell inmiddels als prod. 53 overgelegd).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c, en de alinea staat in dat document op bytes 82565 tot 84084.