Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Onder 3.5 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586.

Wat de toets aan art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening betreft geldt dat, gelet op de zojuist genoemde elementen, tussen de tegen RDS en SPDC ingestelde vorderingen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. Van onverenigbare beslissingen is sprake wanneer zich in het kader van eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens, divergentie in de beslechting van het geschil voordoet. Hier doet zich ‘eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens’ (en daarmee een risico van onverenigbare beslissingen bij afzonderlijke berechting) voor, nu het hier gaat om de mogelijke aansprakelijkheid naar Nigeriaans recht van twee concernvennootschappen - een moeder- en een (klein)dochtervennootschap - voor (het niet-voorkomen van) dezelfde olielekkage en het niet adequaat opruimen van dezelfde vervuiling. Toegevoegd wordt nog dat geen omzeiling van de in art. 6 sub 1 vastgelegde bevoegdheidsregel is vastgesteld; er is geen afdoende bewijs op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat Milieudefensie c.s. de voorwaarden voor toepasselijkheid van deze bevoegdheidsgrond kunstmatig heeft gecreëerd of gehandhaafd (vgl. HvJ EU 21 mei 2015, C‑352/13, ECLI:EU:C:2015:335 CDC/Akzo ); van bij voorbaat evident kansloze ankervorderingen is, zoals hiervoor werd overwogen, geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8feb9f0194be3387388a193625674a6efa5f71b1f8db026b54aca27981e24c, en de alinea staat in dat document op bytes 41605 tot 43094.