Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Onder 2.3 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3588.

Ook overigens is de betwisting door SPDC van de door de rechtbank aangenomen samenhang van de vorderingen en de doelmatigheid van een gezamenlijke behandeling ongegrond. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Vooraf wordt kort stilgestaan bij de betekenis van art. 7 lid 1 Rv als bevoegdheidsgrond ingeval van pluraliteit van gedaagden. Deze bevoegdheidsgrond is blijkens de wetsgeschiedenis ingegeven door redenen van doelmatigheid en proces-economie. Om nu te voorkomen dat deze (aan de pluraliteit van gedaagden te ontlenen) bevoegdheid exorbitant zou zijn indien er geen verband tussen de onderscheiden vorderingen bestaat, heeft de wetgever de (in art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening gecodificeerde) rechtspraak van het Hof van Justitie over art. 6 sub 1 EEX-Verdrag in art. 7 lid 1 Rv verwerkt (HvJ EG 27 september 1988, C-189/87, ECLI:EU:C:1988:459 Kalfelis/Bank Schröder ), ‘zodat van een afwijking van artikel 6, onderdeel 1 EEX geen sprake is’. Onder verwijzing naar HR 27 oktober 1978, NJ 1980, 102 en HR 16 mei 1986, NJ 1987, 456 is toegevoegd dat het hier bedoelde verband aanwezig wordt geacht wanneer ‘redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling wettigen’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9, en de alinea staat in dat document op bytes 26194 tot 27534.