Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Onder 4.1 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3588.

Shell stelt zich op het standpunt dat voor het aannemen van vorderingsgerechtigheid van Oguru en Efanga vereist is dat zij exclusief eigenaar dan wel exclusief bezitter zijn van de getroffen gronden en visvijvers. Dit verweer wordt door Shell aangevoerd zowel in het kader van de thans (in fase 1) ter beoordeling voorliggende vordering ex art. 843a Rv (respectievelijk het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank op die vordering) als in de hoofdzaak, waarover in fase 2 zal worden geoordeeld. Als verweer tegen de vordering ex art. 843a Rv heeft het als strekking dat de (hoofd)vorderingen van Oguru en Efanga tot schadevergoeding etc. niet toewijsbaar zijn en dat daarom de vordering ex art. 843a Rv ook niet toewijsbaar is. Het is echter niet aan de rechter die over een vordering ex art. 843a Rv beslist om ten gronde en definitief te oordelen over (elementen van) de hoofdvordering. Voor nu volstaat dat Oguru en Efanga voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in een zodanige relatie tot de vervuilde visvijvers en gronden staan dat zij uit dien hoofde gelegitimeerd zijn om de mogelijk voor de vervuiling aansprakelijke partij aan te spreken. Het hier bedoelde verweer wordt tegen die achtergrond beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9, en de alinea staat in dat document op bytes 47975 tot 49254.