Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Onder 5.5 Gerechtshof Den Haag 18 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3588.

Indien tot het oordeel zou moeten worden gekomen dat sabotage de schadeoorzaak is, dient in de hoofdzaken nog wel te worden beslist op het verwijt dat Shell nalatig is geweest in het voorkomen ervan. Voor zover Milieudefensie c.s. in het kader van dat verwijt inzage in bepaalde bescheiden verlangt, geldt ook daarvoor dat het belang hierbij kan komen te vervallen indien sabotage als schadeoorzaak afvalt. In het andere geval zal aan de hand van het in fase 2 nog nader te voeren debat tussen partijen moeten worden beoordeeld of naar Nigeriaans recht voor Shell in 2005 een verplichting bestond, en zo ja welke, om deze sabotage van de ondergrondse, volgens Shell ongeveer 1.25 tot 1.75 meter ingegraven oliepijpleiding te voorkomen, althans de schadelijke gevolgen van die sabotage te beperken. Wat Milieudefensie c.s. hierover stelt is dat Shell, wat zij inmiddels wel heeft gedaan, de pijpleiding voordien al had moeten vervangen. Partijen wordt opgeroepen om in het kader van fase 2 van het hoger beroep nadere informatie in te winnen (bij voorkeur gezamenlijk) over het destijds geldende Nigeriaanse recht op dit punt, mede in het licht van bijvoorbeeld de eerdere uitspraak SPDC v Otoko (1990) 6 NWLR (Pt. 159) en de latere uitspraak van de Engelse rechter in de zaak van The Bodo Community and Others v SPDC [2014] EWHC 1973 (TCC) , waarin Justice Akenhead ‘ issue 2, whether SPDC can be liable under Section 11(5)(b) of the OPA 1990 to pay just compensation for damage caused by oil from its pipelines that had been released as the result of illegal bunkering and/or illegal refining’ als volgt beantwoordt: The answer to Issue 2 is strictly speaking “No”; there has to be neglect on the part of the licencee. It is conceivable however that neglect by the licencee in the protection of the pipeline (as defined above) which can be proved to be the enabling cause of preventable damage to the pipeline by people illegally engaged in bunkering which causes spillage could give rise to a liability; this may be difficult to prove but there is that theoretical possibility. I can not at the moment see that damage caused from illegal refining by criminal gangs of crude oil criminally taken from pipelines which have been broken into could fall within a duty “to protect…any work structure or thing executed under the licence” because (I assume) that the illegal refinery has not been executed under licence by the licencee.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ad896184d713c89b5eb8128134693cc64f9803b788aaee401c241f0447b78b9, en de alinea staat in dat document op bytes 60281 tot 62952.