Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 december 2015

Alinea 47 Gerechtshof Den Haag 16 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3643.

8. Bij uitspraak van 5 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3533) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de wet en de aard van de verzoekschriftprocedure zoals geregeld in artikel 261 Rv zich niet verzetten tegen overeenkomstige toepassing van artikel 223 Rv op verzoekschriftprocedures. Er zijn geen aanwijzingen dat de wetgever, door alleen in zaken van echtscheiding en scheiding van tafel en bed voorlopige voorzieningen wettelijk te regelen, daarbuiten de mogelijkheid van een voorlopige voorziening in de verzoekschriftprocedure heeft willen uitsluiten. De Hoge Raad heeft dan ook geoordeeld dat ook in andere gevallen in een verzoekschriftprocedure een incidenteel verzoek kan worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding overeenkomstig hetgeen artikel 223 Rv bepaalt voor dagvaardingsprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc3cf8d4fb171d0b3684caaee5ee5d4c891197e82c2a818ca99072f23029866. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc3cf8d4fb171d0b3684caaee5ee5d4c891197e82c2a818ca99072f23029866, en de alinea staat in dat document op bytes 12933 tot 13782.