Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 december 2015
Alinea 48 Gerechtshof Den Haag 16 december 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3643.
9. Het hof stelt voorop dat het algemene vereiste voor toewijsbaarheid van een provisionele voorziening, dat de verzoekende partij bij zijn vordering belang heeft, gevoegd bij de beperkte werkingsduur van een provisionele voorziening op grond van artikel 223 Rv, leidt tot het vereiste dat de verzoeker in die zin belang bij het verzoek moet hebben dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de bodemzaak afwacht. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer op grond van eindbeslissingen in de hoofdzaak al vast staat dat het provisioneel gevorderde uiteindelijk in de hoofdzaak zal worden toegewezen. Daarnaast dienen de belangen van partijen te worden afgewogen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdzaak en van de proceskansen daarin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc3cf8d4fb171d0b3684caaee5ee5d4c891197e82c2a818ca99072f23029866. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc3cf8d4fb171d0b3684caaee5ee5d4c891197e82c2a818ca99072f23029866, en de alinea staat in dat document op bytes 13802 tot 14602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc3cf8d4fb171d0b3684caaee5ee5d4c891197e82c2a818ca99072f23029866 | shasum -a 256