Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 december 2015
Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 15 december 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3815.
Aan de stelling dat [geintimeerde] bij de door haar gevraagde voorziening geen belang heeft, ligt kennelijk de gedachte ten grondslag dat zij, doordat zij de in artikel 46 Wbp gestelde termijn ongebruikt heeft laten verstrijken, geen mogelijkheid meer heeft tegen de door haar als onjuist beschouwde registratie op te komen en zij dus ook nooit het definitieve oordeel zal kunnen verkrijgen waarop de door haar gevraagde voorlopige voorziening zou moeten vooruitlopen. Dat leidt het hof af uit de stelling van Nationale-Nederlanden dat het in strijd is met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen wanneer de vordering tot verwijdering van registraties anders dan door het tijdig aanwenden van het rechtsmiddel van artikel 46 Wbp thans alsnog op een andere grondslag aan de orde zou kunnen worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b60b5ef0b54095b00cd9b42976e58ed82d13c65d29e4439288dda1e636f3d05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b60b5ef0b54095b00cd9b42976e58ed82d13c65d29e4439288dda1e636f3d05, en de alinea staat in dat document op bytes 11023 tot 11840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b60b5ef0b54095b00cd9b42976e58ed82d13c65d29e4439288dda1e636f3d05 | shasum -a 256