Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 november 2015

Alinea 112 Gerechtshof Den Haag 25 november 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3875.

30. Ter terechtzitting heeft het hof de vrouw nader bevraagd over de door haar gestelde en door de man in hoger beroep betwiste schuld aan haar vader. De vrouw heeft verklaard dat zij een bedrag in contanten van haar vader heeft ontvangen dat zij aan haar levensonderhoud heeft besteed. Haar advocaat heeft verklaard dat het ging om een bedrag van € 15.000,- dat in november 2012 door haar vader aan de vrouw is geschonken. Daarna heeft de advocaat van de vrouw verklaard dat het geld wel aan de vader moet worden terugbetaald. Desgevraagd kon de vrouw niet aangeven waarom zij de gestelde lening voor de inkomstenbelasting niet heeft opgegeven als schuld in box III. Evenmin kon de vrouw meedelen of haar vader het aan haar overhandigde bedrag bij de fiscus heeft opgegeven als lening. Het hof is derhalve van oordeel dat de vrouw niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat het bedrag van € 15.000,- een lening betrof die op de peildatum aanwezig was en die derhalve als gemeenschapsschuld door beide partijen moet worden gedragen. De in eerste aanleg overgelegde overeenkomst (productie 7) doet daaraan niet af nu het bestaan van deze overeenkomst uitdrukkelijk door de man is betwist. Het bedrag van € 15.000,- dient dan ook niet in de verdeling te worden betrokken. De bestreden beschikking dient in zoverre te worden vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa67ce2f3074eb5a579c0ee98b75787cc17700e4a0ef6bd17d0903e7a37a65e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa67ce2f3074eb5a579c0ee98b75787cc17700e4a0ef6bd17d0903e7a37a65e, en de alinea staat in dat document op bytes 33914 tot 35270.