Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015
Onder 2.7 Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:404.
Metterwoon c.s. voeren vervolgens aan dat de voorzieningenrechter zou hebben miskend dat de inspecteur in de conclusie van antwoord een standpunt zou hebben ingenomen, dat dit standpunt onmiskenbaar onjuist en ongegrond is en dat dit betekent dat dit standpunt aan de burgerlijke rechter kan worden voorgelegd. Dit betoog loopt reeds vast op de omstandigheid dat het standpunt van de Staat in de conclusie van antwoord niet gelijk kan worden gesteld aan het oordeel van de inspecteur. De inspecteur heeft in het belastingrecht een zelfstandige positie en neemt alleen in individuele gevallen een standpunt in. Daar komt nog bij dat de uitspraken van de Hoge Raad waarop Metterwoon c.s. zich kennelijk baseren (HR 27 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7916, NJ 2001, 106 en HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4548, NJ 2006, 271), geen betrekking hebben op een geval als het onderhavige. In de eerste van die zaken ging het om de vraag of een belanghebbende bij de burgerlijke rechter kon opkomen tegen de weigering van de inspecteur een verklaring ex art. 27 Wet op de Loonbelasting af te geven, nu tegen die weigering zelf geen beroep bij de belastingrechter open stond. In het tweede geval ging het om de vraag of een belanghebbende een verklaring voor recht kon vorderen omtrent de uitleg van een overeenkomst, waaraan bepaalde fiscale gevolgen verbonden waren. Beide gevallen hadden gemeen dat de belastingrechter eerst achteraf over de handelwijze van de belanghebbende zou oordelen, wanneer de gevolgen voor de belanghebbende onomkeerbaar zouden kunnen blijken te zijn. Voor die gevallen heeft de Hoge Raad willen aannemen dat het standpunt van de inspecteur bij de burgerlijke rechter kan worden aangevochten indien dit standpunt onmiskenbaar onjuist of zonder grond is. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. Tegen het standpunt dat de inspecteur naar aanleiding van de aangiften zal innemen staat immers zonder meer bezwaar en vervolgens beroep bij de belastingrechter open, terwijl tevens een voorlopige voorziening kan worden gevraagd zodra bezwaar is gemaakt. Ook doet zich hier niet het geval voor dat voor Metterwoon c.s. ernstige en onomkeerbare nadelen optreden indien zij een bepaalde handelwijze volgen. Dit betekent dat de grief, voor zover deze zich richt tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat niet boven iedere twijfel verheven is dat de verhuurderheffing in strijd is met art. 1 Eerste Protocol, geen bespreking behoeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31bb2f3dd71421352f510af9edcddef2ac17e87d37acb061f053ce8ed1962d6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31bb2f3dd71421352f510af9edcddef2ac17e87d37acb061f053ce8ed1962d6f, en de alinea staat in dat document op bytes 21814 tot 24290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31bb2f3dd71421352f510af9edcddef2ac17e87d37acb061f053ce8ed1962d6f | shasum -a 256