Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015

Onder 3.7 Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:404.

Ten aanzien van (ii) de heffingsvermindering hebben Metterwoon c.s. aangevoerd dat woningcorporaties daarvoor wel in aanmerking komen, maar zij niet. Zij motiveren echter niet waarom zij daarvoor niet in aanmerking zouden komen. Het hof constateert dat uit de regeling zelf niet blijkt dat Metterwoon c.s. dan wel hun dochtervennootschappen niet voor heffingsvermindering in aanmerking komen. De artt. 1.10 en 1.11 van de Wet maken geen onderscheid tussen particuliere verhuurders in de gereguleerde sector en woningcorporaties. Voor zover Metterwoon c.s. bedoelen dat zij weliswaar formeel onder de regeling vallen maar in de praktijk daarvan geen gebruik kunnen of zullen maken, laten zij na dit laatste te onderbouwen, nog daargelaten dat dit enkele feit nog niet betekent dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. De omstandigheid dat een belastingmaatregel de ene partij zwaarder treft dan een ander is inherent aan belastingheffing en is op zichzelf onvoldoende om van ongeoorloofde staatssteun te kunnen spreken. Hierbij komt dat de Staat gemotiveerd en onvoldoende weersproken heeft aangevoerd dat de heffingsvermindering onder de generieke DAEB-vrijstelling valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31bb2f3dd71421352f510af9edcddef2ac17e87d37acb061f053ce8ed1962d6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31bb2f3dd71421352f510af9edcddef2ac17e87d37acb061f053ce8ed1962d6f, en de alinea staat in dat document op bytes 34287 tot 35476.