Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Alinea 32 Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:64.
5. Het hof Amsterdam heeft in zijn arrest van 30 augustus 2011 geoordeeld dat de vordering van [appellant] op grond van de beroepsfout als vermeld onder 1 – er veronderstellenderwijze van uitgaande dat [appellant] ter zake van deze beroepsfout uitsluitend zelfstandig ageert uit hoofde van aansprakelijkheid van [geïntimeerde] tegenover [appellant] als opdrachtgever, en niet als cessionaris van WAP en Roham – is verjaard op grond van artikel 3:310 BW. De brief van 17 juni 2009 van [appellant] aan [geïntimeerde c.s.] heeft naar het oordeel van het hof Amsterdam de verjaring niet gestuit, nu deze brief niet gericht was aan de maatschap of de gezamenlijke maten afzonderlijk, maar aan een vijftal natuurlijke personen. Met betrekking tot de vorderingen van [appellant] ter zake van de beroepsfouten als vermeld onder 2 en 3 heeft het hof Amsterdam geoordeeld dat [appellant] ten onrechte [geïntimeerde c.s.] heeft gedagvaard, in plaats van de maatschap of de gezamenlijke maten. Het hof Amsterdam heeft op grond van het bovenstaande de grieven verworpen en het vonnis van de rechtbank Amsterdam bekrachtigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32a723e08082ada0c28a3a2f668c1c129789959ffd938b6ad9c28b4d803c36e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32a723e08082ada0c28a3a2f668c1c129789959ffd938b6ad9c28b4d803c36e7, en de alinea staat in dat document op bytes 10432 tot 11562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32a723e08082ada0c28a3a2f668c1c129789959ffd938b6ad9c28b4d803c36e7 | shasum -a 256