Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 7.1.1 Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Met betrekking tot de Iraanse getuigen heeft de verdediging meer in het bijzonder aangevoerd dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er geen rechtshulprelatie is met Iran en dat de ‘complexe politieke situatie’ tussen Nederland en Iran maakt dat het diplomatieke kanaal gesloten is voor het vragen van rechtshulp, aangezien er wel degelijk sprake is van een relevante rechtshulprelatie. Deze vindt haar beslag in het Internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars waarbij zowel Nederland als Iran partij zijn en waaruit een verplichting tot wederzijdse rechtshulp volgt. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd waarom het diplomatieke kanaal voor het vragen van rechtshulp aan Iran volledig gesloten zou zijn, aldus de verdediging. De verdediging heeft opgemerkt dat dat er inmiddels verbeteringen zijn opgetreden in de betrekkingen met Iran, vanwege overeenstemming over een actieplan betreffende het nucleaire programma van Iran. Dit resulteerde begin 2014 in EU-kader tot verlichting van bepaalde sancties. De situatie met Iran is dus niet, zoals gesteld door het ministerie van Buitenlandse Zaken, onveranderd, zo heeft de verdediging aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 22247 tot 23473.