Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 7.2.1. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Er is sprake geweest van een schending van art. 6 EVRM aangezien de verdediging in het verhoor van G2 zodanig is benadeeld dat er geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces. De verdediging heeft gesteld in haar belangen te zijn geschaad doordat zij ten onrechte niet heeft kunnen beschikken over een eerder afgelegde verklaring van de Iraanse G2. G2 heeft immers op 25 oktober 2012 een verklaring afgelegd tegenover marinepersoneel, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal was al op 26 oktober 2012 in het bezit van de officier van justitie, maar was nog niet aan het dossier toegevoegd. Ten tijde van het tweede verhoor van G2 op 30 oktober 2012, ten overstaan van de rechter-commissaris, kon noch de raadsman die daarbij tegenwoordig was, noch de rechter-commissaris, beschikken over de verklaring afgelegd op 25 oktober 2012. Dit klemt te meer, aldus de verdediging, nu achteraf is gebleken dat die laatste verklaring op cruciale punten verschilt van de verklaring die G2 op 25 oktober 2012 heeft afgelegd. De verdediging had de mogelijkheid willen en moeten hebben om de getuige hierop nader te bevragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 49531 tot 50678.