Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 7.2.3. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Aldus moet worden vastgesteld dat de verdediging door deze handelswijze van het openbaar ministerie niet in staat is geweest deze getuige op de door haar gewenste wijze te ondervragen. In zoverre treft het verweer doel. Van de gestelde grove veronachtzaming van het verdedigingsbelang door het openbaar ministerie is het hof evenwel, gelet op het voorgaande, niet gebleken. Bij dit oordeel heeft het hof de omstandigheid betrokken dat de officier van justitie ten tijde van haar besluit om de verklaring van G2 (nog) niet te voegen, niet kon voorzien dat deze getuige op 30 oktober 2012 door de rechter-commissaris gehoord zou worden. Derhalve kan in dit verweer in zoverre niet een reden zijn gelegen om te concluderen tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 61701 tot 62488.