Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015
Onder 7.2.3. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.
Het hof wijst hiertoe op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit blijkt dat bewijsuitsluiting als een op grond van art. 359a, eerste lid, Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde kan komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk strafvorderlijk voorschrift in aanzienlijke mate is geschonden. Daarvan is het hof in casu niet gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 63670 tot 64176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395 | shasum -a 256