Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 8.3. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

De verdediging heeft - voor zover hier relevant - in geen enkel stadium van het geding de gelegenheid gehad om G3 tot en met G5 als getuige te (doen) ondervragen omtrent de belastende gedeeltes van hun onderscheidenlijke verklaringen teneinde zodoende de betrouwbaarheid daarvan te beproeven. Aldus kon het (rechtstreekse) ondervragingsrecht niet, althans niet ten volle, worden uitgeoefend. Hetzelfde geldt voor een aantal andere toegewezen Pakistaanse, Iraanse en Somalische getuigen waaronder, voor zover in het kader van dit arrest relevant, de getuigen G16, G17 en G19. Het heeft de verdediging daarmee ontbroken aan “an adequate and proper opportunity to question a witness against him either when he or she was testifiying or at a later stage of the proceedings”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 69201 tot 70087.