Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 10.2.1. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Ofschoon ook het hof heeft geconstateerd dat de (opvolgende) verklaringen van G1 onderling inconsistenties en/of tegenstrijdigheden vertonen, acht het hof anderszins onvoldoende aannemelijk geworden dat enkel daardoor de betrouwbaarheid van de gehele verklaring van deze getuige in het geding is. Mitsdien ziet het hof geen reden om reeds hierom deze verklaringen niet voor het bewijs te bezigen. Wel zal het hof de verklaringen van G1 slechts gebruiken indien en voor zover de getuige op dat onderdeel in essentie consistent heeft verklaard, die verklaringen voldoende plausibel zijn en die delen van zijn verklaringen steun vinden in ander hierna te bespreken bewijs. Uit de omstandigheid dat de verdachte ten gevolge van de explosie niet is komen te overlijden of letsel heeft opgelopen vloeit niet zonder meer voort dat hij zich niet in de opbouw van de dhow Mohsen bevond, zoals door G1 is verklaard, zeker nu dit onderdeel van die verklaring, zoals hierna nog nader zal worden besproken, ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen, zoals de verklaring van G2. Daarnaast geldt dat zijn (eerdere) aanwezigheid in de opbouw van de dhow Mohsen niet uitsluit dat hij zich nog voor de gasfles explodeerde reeds naar een andere plek heeft begeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 91758 tot 93020.