Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 10.2.2. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Op grond van de artt. 539a en verder Sv kan –kort gezegd – opsporing van strafbare feiten dan wel onderzoek daarnaar buiten het rechtsgebied van een rechtbank worden uitgeoefend indien het volkenrecht en het internationale recht dit toelaat en (voor zover in dit kader relevant) het verzamelen van inlichtingen en bewijzen geschiedt door de commandant (art. 539c Sv) op aanwijzing van de officier van justitie (art. 539d Sv). De commandant kan op grond van art. 539e Sv dergelijke verrichtingen opdragen aan een onder zijn bevelen staande officier. Deze officier dient in een dergelijk geval op grond van art. 539f Sv persoonlijk ten spoedigste proces-verbaal op te maken van zijn verrichtingen en bevindingen. In het vierde lid van dit artikel wordt bepaald aan welke voorwaarde dit proces-verbaal dient te voldoen indien er verdachten of getuigen zijn gehoord. Dit lid luidt als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 105762 tot 106666.