Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Onder 10.2.3. Gerechtshof Den Haag 2 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748.

Blijkens het hiervoor genoemde rapport van Monitoring Group on Somalia and Eritrea is er in de regio Puntland in Somalië, ook in de ten laste gelegde periode, sprake van grootschalige illegale visserij en heeft de Monitoring Group meerdere onbevestigde rapporten ontvangen waaruit blijkt dat enkele van die illegale vissersboten zich ook schuldig maken aan bijvoorbeeld wapen- en drugssmokkel. Dat ook de Iraanse en Pakistaanse bemanning van de dhow Mohsen, waaronder G1 tot en met G5, zich hieraan schuldig hebben gemaakt is naar het oordeel van het hof echter op geen enkele wijze aannemelijk geworden, laat staan dat het dossier (concrete) aanwijzingen biedt voor het standpunt van de verdediging dat de (belastende) verklaringen van de desbetreffende getuigen met name zijn ingegeven ter bemanteling van die criminele activiteiten en dat daarin (zonder meer) een reden is gelegen om die verklaringen als onbetrouwbaar terzijde te stellen. Meer in het bijzonder overweegt het hof nog dat de verklaring van V15 dat er hash en cocaïne op de dhow Mohsen aanwezig waren en dat de cocaïne van de Iraniërs was, wat daar verder van zij, niet ondersteund wordt door enig ander bewijsmiddel. De verklaring voorts van G1 inhoudende dat er 100 tot 200 wapens aan boord waren, moet primair worden gelezen in onderling verband en samenhang met zijn opvolgende verklaring bij de rechter-commissaris en leidt naar het oordeel van het hof, en anders dan door de verdediging kennelijk wordt gesuggereerd, tot de conclusie dat hij in dit verband doelt op het aan boord brengen van wapens door de Somalische kapers/gijzelaars. Bij dit oordeel betrekt het hof tevens dat ook G2 heeft verklaard dat de kapers wapens aan boord van de dhow hebben gebracht en V15 en G16 voorts hebben verklaard over gewapende Somaliërs aan boord, evenals de Somaliër G19 die in zijn eerste verklaring heeft verteld dat hij aan boord werkte als bewaker en dat de dhow Mohsen in handen was van piraten en dat ze gegijzeld waren. Bijzondere omstandigheden die het hof tot een ander oordeel zouden hebben moeten leiden zijn niet aannemelijk geworden. Het verweer op dit punt faalt mitsdien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2933877632cd3c10bd283b5534eacae59d4d26a12c7e2db0cf43aef5f1ccc395, en de alinea staat in dat document op bytes 111091 tot 113451.