Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 januari 2015
Onder 8.5. Gerechtshof Den Haag 7 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:81.
Nu de aanlevering op papier doorslaggevend is voor het doen van een rechtsgeldige aanvraag dient de Inspecteur op grond van het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb, wanneer hij constateert dat de aanvraag incompleet is, de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag te completeren alvorens op de aanvraag te beslissen. In dit geval is zulks niet geschied en heeft de Inspecteur rauwelijks een afwijzende beschikking gegeven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter brengt deze schending van artikel 4:5 van de Awb mee dat de afwijzende beschikking niet in stand kan blijven. Daarbij neemt de voorzieningenrechter nog het volgende in aanmerking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27a34639813931a3c95f1a448f51c137c3ed81475f12213ae0417b0a6e47d6af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27a34639813931a3c95f1a448f51c137c3ed81475f12213ae0417b0a6e47d6af, en de alinea staat in dat document op bytes 32404 tot 33074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27a34639813931a3c95f1a448f51c137c3ed81475f12213ae0417b0a6e47d6af | shasum -a 256