Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2015

Alinea 27 Gerechtshof Den Haag 21 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:813.

4. De kantonrechter heeft de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten afgewezen omdat naar zijn oordeel gesteld noch gebleken is dat een aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden, en de vordering voor het overige toegewezen. De beslissing tot afwijzing van de buitengerechtelijke kosten is bij brief van de teamvoorzitter van het Team Kanton van 28 augustus 2014 toegelicht. In die brief is onder meer opgenomen dat er bij de beoordeling wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de schuldenaar de aanmaning de dag na dagtekening heeft ontvangen en dat de termijn van 14 dagen aldus twee dagen na dagtekening van de aanmaning begint. Onjuiste of onvoldoende duidelijk aanzegging van de termijn leidt volgens de toelichting die in die brief is opgenomen, tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74282aa5d88a08314afb6c8d76cdf7e2a04c7745da5a8ccae294cffd826a67fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74282aa5d88a08314afb6c8d76cdf7e2a04c7745da5a8ccae294cffd826a67fc, en de alinea staat in dat document op bytes 8056 tot 8939.