Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2015

Alinea 29 Gerechtshof Den Haag 21 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:813.

6. Artikel 6:96 lid 6 BW bepaalt dat de vergoeding van buitengerechtelijke kosten door een consument eerst verschuldigd kan worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 6:81 BW, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels als bedoeld in lid 5 wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning . Met deze regeling is beoogd dat de consument niet wordt overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten: hij krijgt na de waarschuwing in de zogenaamde veertiendagenbrief nog veertien dagen de gelegenheid het verschuldigde bedrag te betalen zonder dat incassokosten verschuldigd worden (vgl. HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405). In de parlementaire toelichting heeft de minister hierover onder meer het volgende opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74282aa5d88a08314afb6c8d76cdf7e2a04c7745da5a8ccae294cffd826a67fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74282aa5d88a08314afb6c8d76cdf7e2a04c7745da5a8ccae294cffd826a67fc, en de alinea staat in dat document op bytes 9507 tot 10486.