Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Onder 8.2.1. Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83.
7. Tot slot heeft ook de behoefte en – gelet op de internationale verplichtingen – de noodzaak om in mogelijke lacunes in de wetgeving op het terrein van strafbare voorbereidingshandelingen te voorzien, mede aanleiding gegeven tot introductie van art. 134a Sr. Het tot dan toe beschikbare arsenaal van strafbepalingen werd niet toereikend bevonden om te voldoen aan de eisen van het hiervoor genoemde Verdrag van Warschau en het gewijzigde Kaderbesluit. Het bestaande art. 46 Sr vereist dat voorwerpen, stoffen, informatiedragers etc. opzettelijk worden verworven, wil er sprake zijn van strafbare voorbereiding. Wanneer daaraan niet is voldaan, is er geen sprake van een strafbaar feit. Ten aanzien van art. 96 Sr geldt dat volgens de Minister van Justitie art. 96 lid 2 sub 2 Sr niet alle denkbare strafwaardige gedragingen in verband met training voor terrorisme omvat. Met andere woorden, het was volgens de Minister van Justitie noodzakelijk om een aparte strafbaarstelling in het leven te roepen, aangezien het bestaande instrumentarium aan strafbare voorbereidings-
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357, en de alinea staat in dat document op bytes 41039 tot 42192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357 | shasum -a 256