Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Onder 8.2.6. Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83.
Voor de kwalificatie van het misdrijf van art. 134a Sr is echter niet vereist dat bewezen wordt dat de bedoeling tot het plegen van een terroristisch misdrijf bestond. Het terroristische oogmerk in art. 83a Sr hoeft nog niet volledig uitgekristalliseerd te zijn ten aanzien van elk element van het terroristisch oogmerk als omschreven in art. 83a Sr. De aanwezigheid van een terroristisch oogmerk is geen vereiste, nu dit geen bestanddeel is van art. 134a Sr. Dit is nadrukkelijk opgemerkt in de wetsgeschiedenis ter zake. De contouren van het voor te bereiden misdrijf dienen wel zichtbaar te zijn gelijk als in art. 46 Sr. Het hof verwijst ter concretisering van deze verwijzing in de kamerstukken naar de rechtspraak van de Hoge Raad waarin wordt overwogen dat niet alle wettelijke bestanddelen van het hoofdfeit in de tenlastelegging behoeven te worden opgesomd, mits maar voldoende duidelijk is op welk hoofdfeit de voorbereidingshandelingen waren gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357, en de alinea staat in dat document op bytes 59772 tot 61067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357 | shasum -a 256