Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015

Onder 8.3.2. Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83.

De verdachte verklaart bij de politie dat het emailadres [naam x] en het Facebookaccount [naam x] aan hem toebehoort. Zijn Twitternamen zijn: [naam x] en [naam x] en ook voor YouTube gebruikt hij de naam [naam x]. Desgevraagd meldt de verdachte dat hij weet dat de naam [naam x] werd gebruikt door een Al Qaida-zelfmoordterrorist die in december 2009 een aanslag pleegde op een Amerikaanse CIA-basis in Khost in Afghanistan, waarbij zeven CIA-agenten en een Jordanees om het leven kwamen. De verdachte verklaart tegenstrijdig over het gebruik van deze naam, aan de ene kant verklaart hij dat hij deze naam al had voordat de aanslag plaatsvond, maar dat hij hem niet gebruikte. Aan de andere kant verklaart de verdachte dat hij deze naam pas nadat de aanslag plaatsvond heeft aangemaakt. De verdachte verklaart dat hij op het nieuws van Al-Jazeera over de aanslag heeft gehoord, maar dat hij de aanslag afkeurt. Hij is van mening dat de aanslagpleger een terrorist is, niet hijzelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357, en de alinea staat in dat document op bytes 84554 tot 85676.