Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015

Onder 8.3.2. Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83.

21. Het hof leidt uit het gebruik door de verdachte van de naam [naam x] voor zijn mail-, Facebook-, Twitter- en YouTubeaccounts een sterke fascinatie voor het gedachtegoed van deze terrorist die deze naam eveneens bezigde. Het feit dat de verdachte in de verhoren bij de politie deze zelfmoordaanslag afkeurt, doet hier naar het oordeel van het hof niet aan af. Indien de lezing van de verdachte wordt gevolgd dat hij deze naam voorafgaand aan de aanslag al had aangemaakt ten behoeve van voornoemde internetaccounts, dan had de verdachte aan zijn afkeer voor deze terroristische daad de logische consequentie kunnen verbinden om daarop afscheid te nemen van de [naam x] en zich kunnen voorzien van een andere gebruikersnaam. Dit heeft de verdachte nagelaten. De verdachte heeft bovendien verklaard dat hij de [naam x] pas is gaan gebruiken na de zelfmoordaanslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf48d46a97c541eec8765ac01e76552b198a5dfb3568a5b474d9470b82c58357, en de alinea staat in dat document op bytes 85704 tot 86584.