Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 maart 2015
Alinea 53 Gerechtshof Den Haag 31 maart 2015
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:869.
Het is, zoals aangegeven, juist dat bij bepaalde planten en dieren de aard daarvan zich tegen toepassing van het bewijsvermoeden kan verzetten. Ik noemde reeds planten waarvan men niet mag verwachten dat deze langer dan een aantal maanden leven en aquariumvissen die slechts bij een zeer nauwgezette verzorging in leven blijven. Men zal per geval moeten beoordelen of de aard daarvan zich al dan niet tegen toepassing van het bewijsvermoeden verzet, evenals dat bij andere consumptiegoederen het geval is. Ik meen dat men niet in het algemeen bij dieren en planten kan stellen dat de aard zich tegen toepassing van het bewijsvermoeden verzet. De richtlijn bevat op dit punt een open formulering omdat zo'n algemene uitzondering zich moeilijk in abstracto laat formuleren. Een specificering in de nationale uitvoeringswet zal snel in strijd met de richtlijn zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cb7b5ccc3e3a35a3f99d37aefb3dff90defb2bf51b60d912320149da499e7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cb7b5ccc3e3a35a3f99d37aefb3dff90defb2bf51b60d912320149da499e7e, en de alinea staat in dat document op bytes 18402 tot 19330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4cb7b5ccc3e3a35a3f99d37aefb3dff90defb2bf51b60d912320149da499e7e | shasum -a 256