Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 april 2015

Onder 7.13. Gerechtshof Den Haag 22 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:981.

Wat betreft voorwaarde (ii) kan belanghebbende worden toegegeven dat de rechtvaardigingsgrond voor de crisisheffing van zuiver budgettaire aard is, terwijl in andere gevallen van (vermeende) strijd met artikel 1 EP EVRM, de wetgever ook niet-budgettaire argumenten had voor de betwiste belastingwetgeving (zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 3.4.6 van BNB 2014/229 en rechtsoverweging 5.3.4 van HR 27 juni 2014, nr. 12/04122, BNB 2014/219). Dat aan de crisisheffing louter budgettaire overwegingen ten grondslag liggen, leidt niet tot de conclusie dat de crisisheffing geen legitiem doel in het algemeen belang nastreeft. In dit verband wijst het Hof op rechtsoverweging 106 van EHRM 25 oktober 2012, nr. 71243/01, Vistinš & Perepjolkins tegen Letland (het citaat ontleent het Hof aan punt 4.9.1 van de conclusie van A-G Van Hilten in BNB 2014/219):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e80c1d56b3dfb43ea8b36f1e0502aae520955ebab3fe5213111d48d69f23f01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e80c1d56b3dfb43ea8b36f1e0502aae520955ebab3fe5213111d48d69f23f01, en de alinea staat in dat document op bytes 48687 tot 49552.