Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 april 2015

Onder 4.5. Gerechtshof Den Haag 22 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:981.

Op 20 juni 2014 heeft de Hoge Raad in de zaak van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden van 12 februari 2013, nr. 12/00147 (ECLl:NL:HR:2014:1463) beslist dat de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM. De Hoge Raad oordeelde de enkele omstandigheid dat ten tijde van de verstrekking van een bepaald loonbestanddeel niet was te voorzien dat de hoogte daarvan invloed zou hebben op een latere heffing, niet van voldoende gewicht om tot de conclusie te komen dat strijd is met artikel 1 EP EVRM. Slechts indien de gekozen heffingsmethodiek leidt tot schending van de 'fair balance' tussen de betrokken belangen (de verhouding tussen het algemene belang en het individuele belang) kan van inbreuk op artikel 1 EP EVRM sprake zijn. Om redenen van uitvoerbaarheid en ter voorkoming van ontgaansmogelijkheden blijft de wetgever met de gekozen methode van berekening van de heffing binnen de hem toekomende ruime beoordelingsmarge de wetgever. Niet gezegd kan worden dat de crisisheffing elke redelijke grond ontbeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e80c1d56b3dfb43ea8b36f1e0502aae520955ebab3fe5213111d48d69f23f01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e80c1d56b3dfb43ea8b36f1e0502aae520955ebab3fe5213111d48d69f23f01, en de alinea staat in dat document op bytes 17480 tot 18549.