Citaat | Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016

Onder 5.1 Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1348.

Indien een belanghebbende geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, zoals hier het geval is, komen als regel de in beroep gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht. Van deze regel kan volgens vaste jurisprudentie worden afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende. De enkele omstandigheid dat de noodzaak tot het instellen van beroep mede voortvloeide uit de handelwijze van de belanghebbende is voor afwijking van de regel niet voldoende (Hoge Raad, 12 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX0985 en bijvoorbeeld Gerechtshof Amsterdam, 13 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:920).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c426346c6796234de256decbcdfb61eb9675b9afcf677013d07267ec7c1f1b5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c426346c6796234de256decbcdfb61eb9675b9afcf677013d07267ec7c1f1b5d, en de alinea staat in dat document op bytes 12573 tot 13295.