Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 mei 2016

Onder 2.11. Gerechtshof Den Haag 17 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1350.

19. Ook als [K] de scheur in het wegdek niet in beeld zou hebben gehad vlak voor het ongeluk, maakt dat haar verklaring op zichzelf niet onaannemelijk, nu zij (als bij ongeval betrokken getuige) de relatie tussen ongeval en scheur heel wel na de val kan hebben gelegd op basis van haar indrukken van de gebeurtenissen en de situatie ter plaatse. Anders dan de gemeente c.s. kennelijk meent, kan aan een getuigenverklaring immers ook betekenis toekomen voor zover het daarbij gaat om verklaringen omtrent de indrukken bij de getuige ontstaan naar aanleiding van de gebeurtenissen die in zijn verklaring aan de orde komen (zie HR 21 december 2001, NJ 2002/60 en HR 23 maart 1984, NJ 1984, 568). Dit laatste geldt eveneens voor de getuige [P] , die blijkens zijn verklaring 2 à 3 meter links achter [dochter] en [K] reed en heeft verklaard dat het hem aannemelijk lijkt dat [dochter] uit balans raakte door de scheur in het asfalt (aangezien de afdeling gecontroleerd verliep en het stuur plotseling verdraaide).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd6fe83a9aee98cc7db2cc7e956a51567146a3be4cea17392f171e1f6e776316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd6fe83a9aee98cc7db2cc7e956a51567146a3be4cea17392f171e1f6e776316, en de alinea staat in dat document op bytes 43424 tot 44448.