Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016

Onder 4.1 Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1415.

ELG c.s. heeft zich beroepen op de nietigheid van de appeldagvaarding, omdat deze alleen is betekend aan het adres van de raadslieden van ELG c.s. in de eerste aanleg, terwijl ELG en AGCS in het buitenland, maar wel binnen Europa gevestigd zijn en een kantoorbetekening in dat geval volgens haar in strijd is met doel en strekking van de Betekeningsverordening II. ELG c.s. verwijst in dit verband naar het arrest van het Hof van Justitie EG van 19 december 2012 in de zaak C-325/11 en de noot van M. Freudenthal onder dit arrest, waarin wordt betoogd dat de uitleg door wetgever en Hoge Raad (arrest van 18 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC3078) van art. 63 Rv op gespannen voet staat met bedoeld arrest van het Europese Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cb3f397c3c64e8a610209a9dbf26cf6938463d43d77bc1c95ba225e4919be98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cb3f397c3c64e8a610209a9dbf26cf6938463d43d77bc1c95ba225e4919be98, en de alinea staat in dat document op bytes 12147 tot 12886.