Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016
Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1415.
Dit beroep op nietigheid wordt verworpen. De Hoge Raad heeft nog onlangs (HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:310) herhaald dat kantoorbetekening van een rechtsmiddelexploot op de voet van art. 63 lid 1 Rv volstaat als degene voor wie dit exploot is bestemd een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is. Vast staat dat zowel ELG als AGCS zijn gevestigd in zo een lidstaat. In een dergelijk geval behoeft niet de weg van de Betekeningsverordening II te worden gevolgd. Daarbij komt dat niet is gesteld of gebleken dat ELG of AGCS die beide in het geding zijn verschenen door het vermeende gebrek onredelijk in hun belangen zijn geschaad (art. 122 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cb3f397c3c64e8a610209a9dbf26cf6938463d43d77bc1c95ba225e4919be98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cb3f397c3c64e8a610209a9dbf26cf6938463d43d77bc1c95ba225e4919be98, en de alinea staat in dat document op bytes 12965 tot 13714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cb3f397c3c64e8a610209a9dbf26cf6938463d43d77bc1c95ba225e4919be98 | shasum -a 256